

Kritiek kan soms hard aankomen.
Vooral als hij onverwacht komt,
of op een onaardige manier gegeven wordt.
Je kunt daarvan flink in de stress schieten.
Met die stress kun je verschillend omgaan.

Je wordt kwaad.
Je voelt je beledigd en laat niet met je sollen.
Dus ga je in de tegenaanval:
“Die kritiek is
• onterecht!
• oneerlijk!
• zwaar overdreven!
en bovendien ligt het niet aan mij!”

Je schrikt van die kritiek.
Je weet je geen raad en hebt zo snel geen antwoord klaar.
Je wordt er zenuwachtig van en wilt maar één ding: weg hier!
Dus knik je, zwijg je en zorg je dat je weer zo snel mogelijk buiten staat.

Vechten of vluchten
Allebei geen goede reactie op kritiek.
- Je komt er niet achter hoe je beter in je werk kunt worden.
- De relatie met je baas wordt slechter.
- Je oefent je niet in omgaan met kritiek.
Grote kans dat er de volgende keer (of bij een volgende baas) weer hetzelfde gebeurt.

Wat moet je dan?
Kalm blijven.
Bedenken: Ik kan hiervan leren.
Je baas laten uitleggen wat hij of zij precies bedoelt.
Laten merken dat je het commentaar belangrijk vindt.
Vragen hoe je het anders of beter zou kunnen aanpakken.
Pak je werkmap erbij
en maak de opdracht op werkblad 20.