
De kwaliteit van iemands werk kan
• onvoldoende
• voldoende
• goed
• of zelfs uitstekend
zijn.
Welk rapportcijfer geef jij deze werknemers?

Boris werkt bij een postorderbedrijf.
Hij scant de pakjes in en sorteert ze op postcode.
Zo komen ze in de juiste bezorgauto terecht.
Het werk boeit hem niet.
Doordat hij nogal slordig is komen er elke dag weer pakketjes in de verkeerde auto terecht.
En die komen aan het eind van de dag weer mee terug.
Dus hebben die klanten hun spullen later in huis dan was afgesproken.
Veel mensen balen daarvan.

Jasper werkt bij een autowasserij en heeft het daar naar zijn zin.
Hij maakt de auto’s van binnen en van buiten schoon.
Jasper is geen pietje-precies.
Kleine dingetjes ziet hij snel over het hoofd.
Zijn baas moet hem daar telkens op wijzen.
Daar heeft Jasper geen probleem mee: dan maakt hij dat vergeten stukje alsnog schoon. Zonder te mopperen.
Zo komt het elke keer toch goed.

Zara werkt in een verzorgingshuis. Ze maakt elke dag de kamers schoon en dekt de bedden op. Ook brengt ze thee en koffie rond.
Dat laatste vindt ze leuk. Ze is vrolijk en maakt graag een praatje met de oudjes. Die zijn allemaal dol op haar!
Schoonmaken en bedden opmaken vindt ze minder, dat raffelt ze een beetje af.
“Dat hebben die oudjes toch niet door!”, zegt ze met een knipoog.

Khadim werkt in het magazijn van een grote woonwinkel.
Hij zorgt dat de voorraad er netjes en overichtelijk bij ligt.
Hij is heel precies: er staat geen doosje verkeerd, er slingert geen papiertje op de grond!
In de pauze maakt hij altijd even een rondje door de winkel.
Dan legt hij dingen waar klanten aangezeten hebben weer netjes recht of terug op hun plek.
Dat ziet er net wat leuker uit, toch?
Pak je werkmap erbij
en maak de opdracht op werkblad 21.