
Soms vindt een baas dat een werknemer zich niet aan de afspraken houdt.
Soms vindt een werknemer dat de baas onredelijk is en zeurt.
Dat kan uit de hand lopen, zoals bij Roy gebeurde.
Stel jij bent de rechter: wie geef je gelijk?

Roy loopt stage in een restaurant.
's Middags helpt hij de kok in de keuken.
’s Avonds is hij ober en brengt hij het eten rond.

Als rasechte HipHopper draagt hij het liefst een baggie broek,
een sweater met hoodie,
en felgekleurde sneakers.
En natuurlijk zijn cap.

Maar van zijn baas moet hij een zwarte broek, wit overhemd en zwarte schoenen dragen.
Dat staat chique en professioneel.
Zo zien de klanten meteen dat hij ober is.
En het is veiliger en hygiënischer.

Roy heeft 2 sets werkkleding van de baas gekregen.
Eén om te dragen, één voor in de was.
Zo kan hij altijd met schone kleren op het werk komen.

Maar hij is nu al 3 keer in zijn gewone kleren verschenen.
De 1e keer was hij zijn werkkleren vergeten.
De 2e keer zaten ze vol vlekken, dus dat kon niet.
En nu zitten allebei de setjes nog thuis in de wasmand…

De baas wordt kwaad en dat maakt Roy op zijn beurt ook weer boos.
“Wat zeur je toch over die stomme kleren!
Ik heb toch kleren aan?
Heel wat beter dan dat stomme apenpakje van jou!”

Roy’s baas is er helemaal klaar mee.
“Je kunt gaan en ik hoef jou hier niet meer terug te zien!”
Pak je werkmap erbij
en maak de opdracht op werkblad 5.