Gepaste omgangsvormen
Ze staan niet op papier, maar zijn er wel degelijk!
Als je iemand benadert op een manier die niet past bij hoe jullie tegenover elkaar staan, dan voelt dat voor die ander niet prettig.
Het kan zelfs beledigend of kwetsend overkomen.
Wil je dat voorkomen?
Bekijk deze tips,
misschien helpen ze je daarbij.

Begin met U
Maak er een gewoonte van om U te zeggen tegen mensen die ouder zijn dan jij.
Ga pas over op je en jij als ze dat zelf vragen.
Spreek ze aan met meneer of mevrouw, en niet met kreten als:
Yo!”, “Hè?”, “Watte?” of “Huh?”

Pas je taal aan
Gebruik op je werk geen vloeken, grove woorden of straattaal.
Ook al worden ze misschien door heel veel mensen gebruikt.
En ook niet als jij ze zelf heel onschuldig vindt.
Er zijn genoeg andere manieren om te zeggen wat je denkt!

Doe extra aardig tegen klanten
Als jij niet goed met hen omgaat, dan krijgt het hele bedrijf een slechte naam.
Slijmen hoeft niet, maar beleefd en geduldig zijn wel.

Hou het leuk
Hang niet de lolbroek uit ten koste van een ander.
Maak geen grapjes over iemands uiterlijk, afkomst, geloof of sekse.
Wat jij een onschuldig grapje vindt, dat kan de ander ervaren als pijnlijk, beledigend en vervelend.

Kom op voor de ander
Word iemand gepest of lastiggevallen?
Kies zijn of haar kant en spreek de dader(s) erop aan.
En vraagt iemand jou om te stoppen met iets wat je (vaker) doet?
STOP DAN OOK!

Pak je werkmap erbij
en maak de opdracht op werkblad 23.