Een bedrijf lijkt op een groot schip.
Het heeft een doel waar het naartoe wil, en een koers om daar te komen.
Bij mooi weer gaat alles vlot en soepel,
maar met storm en tegenwind is het alle hens aan dek!
Dat lukt alleen als iedereen zijn best doet,
en als de taken goed verdeeld zijn.
Het werk wordt gedaan door matrozen.
Ze zijn ingedeeld in teams die elk voor iets anders zorgen:
- besturing van het schip
- onderhoud
- eten voor de bemanning
In een bedrijf zijn dat de werknemers.
Elk team heeft een eigen leider, bijvoorbeeld:
- de Eerste Stuurman
- het Hoofd Onderhoud
- de Chef-kok
Die bepaalt wat er moet gebeuren en hoe dat gedaan moet worden.
In een bedrijf heet zo iemand teamleider, afdelingshoofd, of zoiets.
De kapitein is de baas.
Hij of zij heeft uiteindelijk het laatste woord.
In een bedrijf het die persoon de directeur.
Iedereen moet zich aanpassen aan de taakverdeling,
en aan het feit dat er een baas boven hem staat.
Anders komt het schip nooit op zijn bestemming aan.
Bij een baan of stage in een bedrijf geldt dat net zo.
Je moet je aanpassen aan de manier waarop het bedrijf georganiseerd is,
en accepteren dat er mensen zijn die meer te vertellen hebben dan jij.
Pak je werkmap erbij
en maak de opdracht op werkblad 10.