logo van wijzende hand en iemand zoals jij en hoofden van jeugd

Behulpzaam zijn

Bij anderen helpen gaat het om 2 dingen:

  • de hulp-vraag
  • het hulp-aanbod


Daarmee zijn 4 combinaties mogelijk, net als een dobbelsteen met 4 kanten.

hand met zwevende gekleurde kubus

Geen vraag,
dus ook geen aanbod.

rode kubus met ja en neeAls niemand vraagt of jij een handje wilt helpen,
dan hoef je dus ook niets te doen.

Wel een vraag,
maar geen aanbod.

blauwe kubus met ja en nee Een collega vraagt of je een handje wilt helpen.

Maar daar heb jij nu geen tijd voor, of geen zin in.

Geen vraag,
toch een aanbod.

gele kubus met ja en nee Je collega vraagt niets, maar jij hebt het idee dat hij of zij wel wat hulp kan gebruiken.
Dus vraag je: “Hulp nodig?”.

Een vraag,
én een aanbod.

groene kubus met ja en neeJe collega vraagt of je hem of haar kunt helpen, jij zegt: “Natuurlijk” en schiet te hulp.

groene kubus met ja en nee

Met behulpzaam zijn kun je dus verschillende kanten op.

Je kunt wachten tot je collega hulp vraagt, of zelf je hulp aanbieden.

Je kunt de boot afhouden en zeggen dat je geen tijd of zin hebt om te helpen,

of je eigen belang opzij zetten en toch even helpen.

Pak je werkmap erbij

werkmap

en maak de opdracht op werkblad 27.

Terug