Als één teamgenoot het laat afweten, dan heeft de rest daar last van.
Die worden daar niet blij van.
Neem bijvoorbeeld de collega’s van Finn.
Zij zien hem liever vertrekken!
Finn werkt bij een bouwmarkt.
Hij moet met 2 collega’s de vrachtwagen lossen,
en daarna die spullen in de winkelschappen zetten.
Die klus moet om 12 uur klaar zijn, want dan gaat de zaak open.
Ze overleggen hoe ze het gaan aanpakken: iedereen werkt 4 pallets weg.
Finn luistert maar half.
Hij krijgt allemaal appjes van zijn vrienden.
Ze willen afspreken om het weekend samen iets leuks te gaan doen.
Finn haalt de 1e pallet uit de wagen en zet hem in het magazijn.
Dan vindt hij het wel weer even tijd voor een rookpauze.
Ook na het lossen van de andere pallets neemt hij steeds even pauze.
Dat moet ook wel, want zijn vrienden blijven maar appjes sturen!
Om 11 uur komen zijn collega’s geïrriteerd naar hem toe.
“Jouw pallets staan nog steeds in het magazijn.
Als we niet om 12 uur klaar zijn krijgt het hele team op zijn lazer!”
Finn snapt niet dat ze zo moeilijk doen:
“We hebben nog een uur.
Als jullie gewoon even meehelpen,
dan komt het heus wel op tijd af!”
“Misschien moet jij maar eens een andere baan zoeken.
Wij zijn er niet om jouw werk te doen!
Het is elke keer hetzelfde met jou!”
Pak je werkmap erbij
en maak de opdracht op werkblad 5.